***
Er wordt momenteel nog hard gewerkt om dit hoofdstuk aan te passen aan de Belgische situatie.
***

2.3.1 HET MENSELIJK INFORMATIEPROCES

Onze zintuigen (zien, horen, proeven, ruiken en tasten) leveren ons continu informatie. Het menselijk informatieproces gaat over hoe wij die informatie verwerken. Het omvat de processen van aandacht, waarnemen, redeneren, besluitvorming en uitvoering van acties. Het gaat ook over gevoelens, emoties, bedoelingen en motivatie. Al die dingen samen bepalen ons handelen.

Hoe ziet de menselijke informatieverwerking er in een eenvoudig schema uit?

Hierboven zie je een model van het menselijk informatieproces. Het proces begint met de waarnemingen van onze zintuigen en het opslaan daarvan in het zintuiglijk geheugen. Het aandachtsmechanisme (waar we wel en niet aandacht voor hebben) filtert de informatie en bepaalt wat doorgaat naar de volgende stap: de bewuste waarneming (perceptie). Wanneer we veel aandacht nodig hebben voor het buitenlandingscircuit dan horen we ondertussen niet goed wat er over de radio gezegd wordt.

Het korte termijn geheugen (het werkgeheugen) is het centrale procesgedeelte van onze hersenen. De centrale besluitvorming verwerkt de waarneming en wordt daarbij gesteund door het lange termijn geheugen (onze harde schijf). Motorische programma's zijn motorische vaardigheden en opgeslagen gevolgen van acties op grond waarvan we een besluit of plan uitvoeren. Een ervaren zweefvlieger doet veel dingen op de automatische piloot. Dat kost hem weinig aandacht. Een DBO-er moet zich stapje voor stapje deze automatismen nog eigen maken. Eerst bovenin leren vliegen, later het starten en pas, als dat beheerst wordt, beginnen met landen.

Onze acties (daden) hebben gevolgen die we waarnemen door ons aandachtsmechanisme. Via de feedbacklijn komt het gevolg bij de zintuigen, we nemen de gevolgen waar en ondernemen daar weer een nieuwe actie op.

Er wordt op drie plaatsen informatie opgeslagen. In het zintuiglijke geheugen (een paar seconden), het korte termijn geheugen (10 tot 15 seconden) en het lange termijn geheugen. We vergeten veel, maar onthouden dat wat nuttig is om te overleven. Wanneer je een paar duizend landingen gemaakt hebt, dan onthoud je altijd die keren dat het niet helemaal goed ging.

Er komt heel veel informatie van buiten op ons af, maar onze aandacht is beperkt. We kunnen niet overal tegelijk aandacht voor hebben en niet alles opslaan. We kunnen eigenlijk maar één ding goed doen en hebben moeite met meerdere dingen tegelijk. Goed geconcentreerd thermieken als je laag zit en ondertussen mogelijke landingsterreinen in de gaten houden, gaat niet samen met een gesprek voeren over de radio. Of je thermiekt slechter of je hebt je hoofd niet goed bij het radiogesprek.

Waarom zijn waarnemingen subjectief en welke factoren beïnvloeden de waarnemingen?

Twee personen die hetzelfde meemaken, nemen niet hetzelfde waar. Wat we zien, horen en voelen, koppelen we aan wat we eerder hebben meegemaakt. We filteren de informatie op datgene wat we volgens ons brein op dat moment nodig hebben. Iemand anders kan een andere selectie van de informatie maken. Een ervaren zweefvlieger ziet eerder thermiekende vogels, een wolk die stijgen geeft of een vliegveld in de verte, dan een onervaren zweefvlieger. Wanneer we vliegen dan kunnen we niet alle gesprekken op de radio volgen, maar noemt iemand ons callsign dan spitsen we de oren. We zien wat we willen zien en horen wat we willen horen.  

De bestanddelen van het centrale zenuwstelsel.

We verdelen het zenuwstelsel in:

  1. het centrale zenuwstelsel
  2. het perifere zenuwstelsel

Met het centrale zenuwstelsel bedoelen we de hersenen en het ruggenmerg. De zenuwen verbinden het centrale zenuwstelsel met alle delen van het lichaam. Het perifere zenuwstelsel bevat de zenuwcellen die van en naar het ruggenmerg en de hersenen lopen.

Hoe nemen we waar en welke verband is er tussen zintuigprikkeling, drempelwaarde, gevoeligheid en adaptatie?

We nemen waar met onze zintuigen. We nemen alleen datgene waar wat over een bepaalde drempel komt. We kunnen niet alles zien. We zien slechter dan een kat. We horen veel minder dan een hond. We horen geen hele hoge tonen en een horloge dat tikt, is in een stille omgeving op 6 meter nog net te horen.

Welke fundamentele illusies van gewaarwording moet je kennen?

We zien wat we willen zien. Wat we zien koppelen we aan wat we eerder gezien hebben. Kijk even naar deze driehoek..

Lees het nu eens woord voor woord. De kans is groot dat je de eerste keer niet door had dat er een fout in staat. Wat we zien komt in het korte termijn geheugen (werkgeheugen) waar het wordt vergeleken met dat wat in het lange termijn geheugen zit. We hebben dit regeltje al eerder gezien. Het tweede woordje de werd er uitgefilterd omdat het niet nodig is.

Welke lijn is het langst?

Misschien moet je ze even meten?

Wat zie je hierboven? Op het internet vind je nog veel meer voorbeelden van visuele illusies.

 

© Dirk Corporaal, laatste update 4-1-2014