***
Er wordt momenteel nog hard gewerkt om dit hoofdstuk aan te passen aan de Belgische situatie.
***

5.7 SPIRAALDUIK 
 
Een vrille is een overtrokken vliegtoestand. Een spiraalduik is een  niet-overtrokken  vliegtoestand. De snelheid is veel hoger dan bij de tolvlucht. Een spiraalduik kan ontstaan als je bij het inzetten van een bocht niet of te laat aan de stuurknuppel trekt om de neus op de horizon te houden. De snelheid loopt dan op.
 
 
Als je steil draait en de snelheid vermindert niet meer door aan de stuurknuppel te trekken, dan zit je in een spiraalduik. Normaal trek je met de stuurknuppel de neus weer op de horizon, waardoor de snelheid afneemt, maar in dit geval heeft dat slechts tot gevolg dat de straal van de cirkel kleiner wordt, de snelheid oploopt en de G-krachten toenemen.
 
 
HERSTEL SPIRAALDUIK 
  • Doe de stick iets naar voren om de G-krachten te verminderen.
  • Horizontaal rollen en de snelheid er (voorzichtig) uittrekken.
 
Op de afbeelding hierboven zie je dat je bij 60° dwarshelling een g-kracht van twee maal het gewicht optreedt. Bij meer dan 60° lopen de g-krachten snel op.
Bij zo'n 80° dwarshelling vlieg je met 5g. Deze krachten voel je ook duidelijk. Het voetenstuur bedienen lukt nog wel maar een voet of een hand optillen gaat zwaar. Een onbeheerste ruk aan de stuurknuppel zorgt dan voor overbelasting van het vliegtuig. Daarom moet je bij een spiraalduik beheerst het zweefvliegtuig horizontaal leggen en rustig uit een duikvlucht optrekken.
 
Doe geen spiraalduik met geopende remkleppen.
 

Liftverdeling over een vleugel

Bij 5.5 Beperkingen heb je gezien dat zweefvliegtuigen zo ontworpen zijn dat ze minimaal positieve G-krachten van 5,3 maal het gewicht van het zweefvliegtuig moeten kunnen opvangen. 

Liftverdeling over de vleugel bij geopende remkleppen

Bij veel zweefvliegtuigen staat in het handboek van het vliegtuig dat dat niet geldt voor het vliegen met geopende remkleppen. Dan is de maximale belastingfactor 3,5 keer het gewicht van het vliegtuig. Dat komt omdat de liftverdeling dan niet meer gelijkmatig verdeeld is over de vleugel. Bij de remkleppen zal de vleugel eerder breken. Bij een spiraalduik met geopende remkleppen kun je gemakkelijk de maximaal toegestane belastingfactor overschrijden.  

Nogmaals: door zowel de overtrek, de tolvlucht en de spiraalduik regelmatig te oefenen, voorkom je dat dit je onverwachts overkomt. Omdat je de eerste symptomen goed leert herkennen, ben je in staat om vrijwel instinctief dergelijke ongewone vliegstanden op een juiste manier te beëindigen.